Sociale vaardigheden-gids





Deze gids is een aanvulling op de gids voor mensen met autisme. Er is duidelijk ook behoefte aan mensen zonder autisme om een beter begrip te krijgen voor wat autisme betekent, wat het precies inhoudt en hoe ermee om te gaan. Deze gids is niet alleen een gids die inzicht geeft in de wereld van iemand die autistisch is, maar het is tevens een gids die meer inzicht geeft in de algemene psychologische regels in de samenleving en hoe de structuren in elkaar zitten. Het verschil met andere gidsen is dat deze gids meer algemene structuren uitlegt en niet op concrete situaties ingaat (zoals wat je moet doen als je naar een feestje gaat), waardoor deze gids beter toepasbaar is op iedere willekeurige situatie dan veel andere gidsen die alleen speciefieke situaties beschrijven die zich misschien nooit voordoen.

Hoofdstuk 1 Wat is autisme?

In feite is autisme zo iets bijzonders dat we een onderverdeling kunnen maken in een autistische en een niet-autistische wereldbeleving. Wat autisme precies is wordt vooral uitgelegd door op verschillende aspecten in te gaan van de autistische wereldbeleving in dit hoofdstuk, die de kern vormen van deze wereldbeleving. (Het wordt ook weleens als een syndroom of ziekte aangeduid, maar het brengt niet per definitie problemen in het leven en een ziekte is te genezen, dus de beste benaming voor autisme is dat het een wereldbeleving is.)

Alles wat beschreven staat in dit hoofdstuk kan ook in veel andere boeken teruggevonden worden, maar hier staat een zo compact mogelijke beschrijving van het de belangrijkste eigenschappen.

De autistische wereldbeleving gaat vooral uit van structuren, zoals misschien al bekend heeft iemand met autisme behoefte aan structuur, en dat ligt er vooral aan dat iemand met autisme de wereld wil structuren. Is dit alleen zo voor iemand met autisme? Niet bepaald. Ook niet-autisten zijn voortdurend bezig om de wereld te structuren door sociale contacten op te zoeken of te gaan sporten en dergelijke activiteiten, waarmee een dagritme wordt vastgelegd en ook een structuur in activiteiten wordt gemaakt, die belangrijk zijn om tijd te besteden. Tijd is in de eerste plaats een eenheid die gebruikt wordt om een bepaalde bezigheid uit te voeren en omdat mensen hun tijd niet willen verdoen zorgen ze dat ze die tijd goed besteden, en dat gebeurt ook vooral door te structuren. Dit structuren is niet per definitie iets om een bepaalde vaste tijd doen, bijvoorbeeld zeggen: ik doe deze activiteit om precies 13:50. Wat echter wel zo is is dat iedereen bij iets inplannen in zoverre structuur aanbrengt in dat er duidelijk is wat er gedaan wordt. Autistische mensen hebben vaak moeite met structuur aanbrengen, omdat er een fundamenteel andere tijdsbeleving is, dit heeft ermee te maken dat de concentratie en focus vaak zo op iets gericht kan zijn dat de tijd helemaal voorbij gaat. De kernreden voor dit andere tijdsverloop is, (ook vooral vanuit mijn eigen ervaring) de focus waar sprake van is bij mensen met autisme. Er zijn ook mensen die hun leven niet kunnen structuren en hierop wordt op dit moment niet ingegaan, omdat dit hoofdstuk focust op wat autisme is. De eventuele nadelen van deze focus kunnen zijn dat iemand met autisme de normaalste dingen gewoon vergeet, zoals om op tijd te eten, omdat de focus op een bepaalde activiteit zo sterk is dat alle andere zaken in de wereld vergeten worden.

Het is al duidelijk dat structuur een belangrijk element vormt, maar naast structuur is een ander belangrijk element het begripsvermogen. Zoals misschien al bekend is zijn er verschillende soorten mensen met autisme. Sommigen lijken helemaal niets te kunnen en hebben 24-uursverzorging nodig, en anderen zijn weer hoogleraar en houden zich vooral bezig met complexe problemen waarbij de meeste mensen al snel stoppen. De vraag is natuurlijk, hoe kan dit? Een mogelijke theorie is dat mensen met autisme met een lagere intelligentie misschien wel intellectuele capaciteiten hebben net als de andere groep, maar dat ze dit niet tot uiting kunnen brengen. Een andere theorie is dat intelligentie een onafhankelijke variabele is en geen noodzakelijke samenhang heeft met autisme. In hoeverre wijkt het begripsvermogen van iemand met autisme af van iemand zonder autisme? Het grootste verschil is dat er vaak langer nagedacht en doorgedacht wordt bij bepaalde problemen en dat er vooral op bepaalde aspecten van problemen ingegaan wordt, in plaats van het grote geheel. Het grote voordeel hierbij is dat bepaalde wiskundige problemen bijvoorbeeld beter door een wiskundige met autisme opgelost kunnen worden, omdat deze meer focust op bepaalde aspecten dan het geheel waardoor hij of zij sneller bij een eventuele oplossing uit kan komen, doordat voor de oplossing van een bepaald wiskundig probleem meer focus op een bepaald aspect nodig is dan focus op het geheel. Dit zijn vooral de voordelen van deze focus in het begripsvermogen en langer doordenken. De nadelen zijn vooral dat een groot geheel niet overzien kan worden, waardoor er problemen kunnen ontstaan bij inplanning van de dag.

Het ontbreken van een begrip van de wereldbeleving van iemand anders is een ander basiskenmerk van autisme. Wat houdt dit precies in? Dit kan het beste beschreven worden als het feit dat als we iemand iets zien doen, dat we ons normaal voorstellen: 'hmm, wat denkt hij/zij terwijl hij/zij dat doet?', bij mensen met autisme ontbreekt dit principe vaak. De reden dat het woord vaak hierachter geplaatst wordt is omdat niet alle autisten hier een gebrek aan hebben. Je hebt eigenlijk zowel mensen met autisme die hier juist heel sterk over nadenken en mensen met autisme die hier juist niet heel sterk over nadenken en die dus vooral mensen zien als zaken in hun wereld die iets doen, zonder begripsvermogen van de achterliggende motieven of idee├źn. Dit kan voor allerlei vervelende situaties zorgen, waarover in de volgende hoofdstukken meer uitgelegd staat.

Een samenvatting van wat autisme is:

- verschil in tijdsbeleving
- focus op iets
- structureren
- soms hoger begripsvermogen (mensen met Asperger Syndroom)
- gebrek aan begrip van de wereldbeleving van iemand anders

Deze vijf kenmerken zijn een vrij goede opsomming van het belangrijkste wat nodig is om een beeld te krijgen van de wereldbeleving van iemand met autisme.


2. Ik ken iemand met autisme, maar waarom voldoet die niet aan de beschrijving?

Men kan niet zeggen: Deze kenmerken horen erbij dus dan is iemand autistisch. Het is eerder andersom, iemand is autistisch en daaruit kun je concluderen dat die persoon dus bepaalde kenmerken heeft. Het is heel belangrijk om in gedachten te houden dat de kenmerken niet betekenen dat iemand autistisch is, maar wel dat als iemand autistisch is die persoon bepaalde kenmerken zal hebben. Zo zijn er mensen met autisme die heel communicatief zijn en anderen weer juist die totaal niet communicatief zijn, sommigen kunnen ook het geheel zijn en anderen juist weer niet, het is nooit zwart-wit en er moet altijd naar het individu gekeken worden (,wat sowieso altijd zou moeten).

3. Hoe herken ik iemand met autisme?

Het is soms moeilijk om te herkennen. Autisme kan vooral herkend worden aan een onbegrip in de wereldbeleving van anderen, iemand kan wel heel communicatief zijn, maar toch problemen hebben in het overbrengen van iets bepaalds, of toch problemen hebben met bepaalde kleine zaken.


4. Ik heb een leerling met autisme, waar moet ik rekening mee houden?

Bij het hebben van een leerling met autisme is het belangrijk om rekening te houden met het verschil in de wereldbeleving. Je moet een autistische leerling niet vragen iets te doen wat het niet kan. Vraag het bijvoorbeeld niet overdreven veel samenwerkingsopdrachten te doen, observeer ook vooral bij een eerste samenwerkingsopdracht hoe de leerling functioneert. Als het samenwerken totaal niet werkt, grijp dan in en kies een van de volgende mogelijkheden:

- leg de leerling uit hoe je samenwerkt met anderen, bijvoorbeeld door taken te verdelen op basis van waar iemand goed in is.
- leg de andere leerlingen uit wat er met de autistische leerling aan de hand is en vraag begrip voor zijn/haar situatie.
- zet de autistische leerling bij een andere groep.
- vermijdt samenwerkingsopdrachten voor de autistische leerling zoveel als mogelijk en laat hem of haar altijd alleen werken als dat mogelijk is of met zo weinig mogelijk personen.

Samenwerkingsopdrachten zijn vooral gericht op vertrouwen, en vanwege het verminderde of ontbrekende begripsvermogen van de wereldbeleving van anderen kan het voor een autistische leerling rampzalig worden als hij of zij niet ziet dat andere mensen waar hij of zij mee samenwerkt totaal niet te vertrouwen zijn. Een voorbeeld van wat er kan gebeuren is dat de autistische leerling al het werk uitvoert en niet omdat hij of zij dat vraagt, maar omdat de rest hem of haar dat laat doen om zelf van de lasten af te zijn, hierbij zal de autistische leerling dit soms niet erg vinden want die wil graag het werk op zich nemen omdat hij of zij goed zijn of haar best wil doen of de anderen wil helpen, dit is echter onevenredig en zorgt ervoor dat de inspanningen van de andere leerlingen niet meer meetellen, waardoor je de autistische leerling net zo goed alleen kan laten werken op deze manier.